Het ontstaan van de droogmakerij
De Schermer was het laatste grote waterwerk dat in Noord-Holland werd gerealiseerd. Eerder werden onder andere in 1612 de Beemster, en in 1629 de Heerhugowaard drooggemalen. Lang niet iedereen was destijds enthousiast om de Schermeer droog te malen. Vooral Uitwaterende Sluizen had bedenkingen omdat de waterberging van de Schermerboezem enorm zou afnemen. En de Schermeer was voor Alkmaar de belangrijkste verbindingsroute over water naar steden als Amsterdam en Purmerend.

vijzel_1

De toenmalige steden Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Purmerend, Monnickendam en Edam wendden al hun invloed aan om compensatie te krijgen voor de nadelen van de bedijking van de Schermeer. Zo eiste Alkmaar een compensatie van maar liefst 500 hectare en waarborgen voor goede verbindingen via kanalen, sluizen, overtomen en wegen. Andere steden wensten ter compensatie kavels in de nieuwe droogmakerij te ontvangen. Ook eisten de steden het kunnen benoemen van heemraden en hoofdingelanden in het polderbestuur.

Was bij eerdere droogleggingen landwinning het belangrijkste motief, de drooglegging van de Schermeer werd ook ingegeven door de ernstige bedreiging van een doorbraak van de zwakke Westfriese Omringdijk, met name het gedeelte tussen Oudorp en Rustenburg, de Huigendijk. Verhoging en verzwaring van de Omringdijk zouden met enorm hoge kosten gepaard gaan.

Na veel onderhandelen en het betalen van de nodige schadeloosstellingen verleenden de Staten van Holland op 26 september 1631 vergunning tot bedijking van de Schermer, het zogenaamde octrooi. De bedijkers konden aan de slag.

 

 

Beschrijving van de molens

beschrijving molens 2

Van Scimere naar Schermer

t schermer museum

Molenverhalen in de Schermer

verhalen